meester Henk - SPORTEN
 
(Advertentie)
(Advertentie)
Atleten in (slowmotion) beeld - leuk filmpje
Atleten in (slowmotion) beeld - prachtige film
  • Een wedstrijdbaan 400 meter lang is

  • Er tegen de klok in wordt gelopen (linksom dus)

  • Dit ook met schaatsen, baanwielrennen, baanautoraces het geval is

  • Het middenterrein ook gebruikt wordt

  • Hier de werpnummers worden gedaan

  • Dat speerwerpen, kogelslingeren/stoten en discuswerpen zijn

  • De toeschouwers en andere atleten beschermd moeten worden

  • Het niet zo leuk is, wanneer je aan het rennen bent er in één keer ….

  • Er daarom zg. werpkooien zijn

  • Ook (polsstok)hoogspringen, verspringen, hink-stap-springen worden op het middenterrein gedaan

  • Er verschillende loopnummers zijn

  • Zo varieert de afstand (100m t/m 10km en marathon)

  • Maar ook hordenloop (over hekjes springen) en steeplechase(over verschillende hindernissen)

 

@meesterhenkvink


 

De speerwerper moet een vloeiende versnelling ontwikkelen met een snel laatste deel van de aanloop. De werparm moet snel en soepel zijn met een bijzonder buigzame elleboog, terwijl superprecisie nodig is voor het wegwerpen vanuit de juiste hoek. Dit moet allemaal gerealiseerd worden zonder te vergeten de aanzienlijke kracht die nodig is vanuit de rug, de benen en de armen gedurende de hele beweging.

 

@meesterhenkvink

De discuswerper moet de stoere vaardigheden van de kogelstoter aanvullen met een grote reikwijdte, draaisnelheid en gevoel voor ritme. Succes wordt bereikt door het voordeel van de centrifugale krachten die tot stand komen door te draaien binnen een betonnen cirkel van 2,50m doorsnee voor de uiteindelijke energieke lancering. Het lichaam draagt bij tot de actie. 

 

@meesterhenkvink

Kogelstoters staan in hun uitgangspositie met hun rug naar de werprichting. Ze maken een aanglijbeweging binnen de cirkel of gebruiken (steeds vaker) een draaitechniek om vervolgens de kogel vanuit hun nek weg te stoten. De sterkste stoters weten de ruim 7,25kg wegende kogel over een afstand van 23 meter te stoten.


via @meesterhenkvink

De kogelslingeraar draait minstens twee maal met zijn kogel door de ring voordat het projectiel, een ijzeren kogel aan een staaldraad, wordt gelanceerd.

 

De kracht en geweld van dit nummer maken dit onderdeel tot een spectaculaire gebeurtenis. Toch wordt het onderdeel vaak vóór alle andere onderwerpen gepland om ongelukken te voorkomen.


via @meesterhenkvink

Op de eerste dag staan op het programma: 100m horden, hoogspringen, kogelstoten en de 200m.

 

De tweede dag bestaat uit: verspringen, speerwerpen en een 800m.

 

Hoe beter je prestaties zijn, hoe meer punten je krijgt.


via @meesterhenkvink

 

via @meesterhenkvink 2015
via @meesterhenkvink

Voor de mannen bestaat de meerkamp uit (niet minder dan) tien onderdelen die in twee opeenvolgende dagen moeten worden afgewerkt.


De eerste dag moeten ze 100m hardlopen, verspringen, kogelstoten, hoogspringen en 400m hardlopen.

 

De tweede dag bestaat uit 110m hordenloop, discuswerpen, polsstokhoogspringen, speerwerpen en 1500m hardlopen.


Voor elk onderdeel kunnen punten worden behaald. Hoe beter je prestatie, hoe meer punten je krijgt. Wie het hoogste aantal punten behaalt, is winnaar.


via @meesterhenkvink

via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink 2015
via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink

De 100m is het domein van absolute snelheid. Atleten met verschillende lichaamsbouw kunnen goed presteren op deze afstand. Snel zijn betekent in staat zijn om direct vanuit de hersenen opdrachten door te geven die nodig zijn voor spiersamentrekking. De 100m vereist buitengewone reflexen bij de start en grote explosieve kracht. In de eerste passen moeten de sprinters volmaakte controle over hun bewegingen en hun evenwicht, waarbij ze een zekere ontspanning houden. Dan moeten ze hun versnellend vermogen gebruiken om topsnelheid te bereiken. Omdat het moeilijk is topsnelheid langer dan 6 of 7 seconden vast te houden, hebben sprinters sterke spieren nodig en een ontspannen ogende techniek. De juiste verhouding tussen frequentie en paslengte is de sleutel tot de sprinttechniek. De 100m kan worden verdeeld in de elementaire delen start, de versnelling en finish. De juiste combinatie zorgt voor het beste resultaat.

 

via @meesterhenkvink

via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink
Dafne Schippers met nieuw Nederlands record 100m
via @meesterhenkvink 2015

De 200m specialist moet de basissnelheid van de 100m sprinter combineren met een looptechniek die hem in staat stelt centrifugale krachten te beheersen in de bocht.

 

De 200m tilt snelheid boven zichzelf uit. Goede indeling van de race en effectieve bochtentechniek vormen de sleutel tot deze sprintafstand. Atleten moeten niet te langzaam starten, maar als ze te scheutig zijn met energie zullen ze niet de hele afstand volhouden zonder te verzwakken. Kracht neemt het over van snelheid als de sprinter uit de bocht komt en de pijn begint te voelen. De start is hier iets minder belangrijk dan op de 100m.

 

@meesterhenkvink

Churandy Martina (sprinter: 100m, 200m en 4x100m estafette)
via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink 2015
Solomon mag sinds juni 2015 uitkomen voor Nederland !

via @meesterhenkvink 2015
via @meesterhenkvink 2015
via @meesterhenkvink 2015
Dafne Schippers (sprint 100m, 200m en estafette)
Gouden medaille op de EK 2014 bij de 100m en de 200m

via @meesterhenkvink
Jamile Samuel (100m sprint en 4x100m estafette)
via @meesterhenkvink
Tessa van Schagen (200m ; 4x100m estafette)
via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink 2015
via @meesterhenkvink 2015

De zwaarste sprintafstand, kan beschouwd worden als kort in tijd en lang in afstand. De 400m loper moet een sprinter met lef zijn. Wilskracht strijdt tegen de pijn als de spieren alsmaar zwaarder worden aan het eind van een race.

 

Alleen in zijn baan, moet de atleet snel starten, op negentig procent van zijn kunnen en zijn tempo zo onder controle houden dat hij niet tegen een muur loopt. Na 30 tot 35 seconden snel lopen doen fysiologische effecten - zuurstofschuld, meer melkzuur in de spieren - hun intrede. Het hele lichaam lijdt pijn. De 400m is een scholing in durf waarbij je kunt leren om jezelf te overtreffen.


via @meesterhenkvink

Liemarvin Bonevacia (400m en 4x 100m estafette)
via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink 2015
via @meesterhenkvink 2015
Gouden medaille op de 1500m en de zilveren bij de 5000m EK 2014

via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink 2015
Susan Kuijken (1500m, 5000m en 10.000m))
Bronzen medaille op de EK 2014 bij de 5000m

via @meesterhenkvink
Jip is pas 20 jaar en een belofte. Ze behaalde de 4e plaats op de EK 2014

via @meesterhenkvink

Hordesprinters moeten beschikken over eigenschappen van snelheidsspecialisten - reflexen, explosiviteit en kracht. Hierbij moeten ze de juiste fysiek hebben - hordelopers moeten lang zijn, of moeten relatief lange benen hebben - en ze moeten de hordetechniek beheersen.

 

Het is een kwestie van vloeiend over de 10 hordes te gaan - 1,067m hoog voor mannen (precies 3 ½ voet) en 0,84m voor vrouwen - zonder het pasritme te verstoren. Hordelopers moeten altijd zoeken naar een vloeiende overgang van de agressie bij de start, naar de ritmische snelheid tussen de hordes, en de hordenpassage. Dit nummer is zowel een sprintnummer als een technisch nummer. 

 

via @meesterhenkvink

via @meesterhenkvink
Nadine Visser (100m horden en zevenkamp)
via @meesterhenkvink 2015
via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink

 

Alle grote steeplechasers delen bepaalde kwaliteiten met atleten die zowel kortere of langere afstanden lopen : kracht en uithoudingsvermogen, ondersteund door goede training. Maar hier moeten bovendien 28 hindernissen worden genomen. Dus moeten de specialisten beschikken over een goede hordetechniek, maar ook een zekere souplesse en spierkracht om schijnbaar moeiteloze hordepassages mogelijk te maken. De hordes en de waterbak moeten worden overmeesterd in plaats van dat zij meester over de loper zijn.

 

via @meesterhenkvink

 

via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink

Het snelwandelen onderscheidt zich op twee punten van het hardlopen:

a) een snelwandelaar moet contact met de grond houden, met andere woorden: er mag geen (zichtbaar) contactverlies optreden en er moet dus minimaal steeds één voet aan de grond zijn;

 

b) het voorste been moet gestrekt zijn (dus niet gebogen in de knie) vanaf het moment dat het contact maakt met de grond tot het moment dat het been zich recht onder het lichaam bevindt.

via @meesterhenkvink

Speciale juryleden bij het snelwandelen

Speciale snelwandeljuryleden controleren of de snelwandelaars correct blijven snelwandelen. Als een jurylid vindt dat een snelwandelaar de regels dreigt te overtreden, dan laat het jurylid de snelwandelaar een geel bordje zien. Op dat gele bordje staat de overtreding (verlies bodemcontact of gebogen knie) met een symbool aangegeven. Als een jurylid vindt dat een snelwandelaar de regels overtreedt, dan schrijft het jurylid een rode kaart uit. Deze rode kaart wordt doorgegeven aan de chef van de snelwandeljury. De rode kaarten worden aangetekend op het diskwalificatiebord, dat langs het parcours staat. Hierdoor kunnen de snelwandelaars elke ronde zien hoeveel rode kaarten zij ontvangen hebben. Als de chef voor een deelnemer drie rode kaarten van drie verschillende juryleden heeft ontvangen, dan moet hij die deelnemer diskwalificeren.

via @meesterhenkvink

(Advertentie)
(Advertentie)

De hoogspringer moet zijn lichaamsgewicht bevrijden uit de greep van de zwaartekracht en het verticaal over een lat brengen -- alsmaar hoger. Hierbij moeten de atleten rekening houden met hun lichaamsbouw, de lengte van hun ledematen, hun aanloopsnelheid, hun vermogen om te ontspannen, en met souplesse, met kracht en coördinatie. Iedere beweging moet tot op de millimeter onder controle zijn om in een perfecte boog over de lat te springen.

 

via @meesterhenkvink

via @meesterhenkvink
de Fosbury flop (genoemd naar de bedenker)
via @meesterhenkvink

Polsstokhoogspringen, een sprong omhoog, die gerealiseerd wordt met behulp van een stok, vereist de springerkwaliteiten ontspanning en coördinatie, de snelheid van een sprinter en de lichaamsbeheersing van een turner. Iedere sprong vereist een snelle aanloop, de juiste insteek van de stok in de insteekbak, een katapultachtige beweging omhoog met behulp van de stijve stok, en een poging om over de lat te gaan.

 

Een polsstokhoogspringer moet zeer sterke armen en schouders hebben, evenals lef en hij moet risico's willen nemen. 


via @meesterhenkvink

kracht, coördinatie en lef !

@meesterhenkvink
via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink 2015

Hier gebruikt de atleet, die in eerste instantie een sprinter moet zijn, snelheid als middel om door de lucht te vliegen. Dankzij krachtige benen en een elastische afzetvoet (hier telt de ontspanning) zet de verspringer de loopbeweging om in een zweefvlucht.

De verspringer bedwingt een onzichtbare barrière : afstand.

 

via @meesterhenkvink

via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink
De achterste afdruk telt voor de lengte v d sprong
via @meesterhenkvink
  • Hoog- en verspringers goed moeten kijken waar ze starten, zodat ze weten dat ze precies goed uitkomen bij de sprong later
  • Ze zich eerst altijd goed concentreren
  • Je dat goed kunt zien, omdat ze bij de start staan te “wiebelen”
  • Ze bij grote toernooien wachten totdat het publiek “stil” is en er geen andere sporters in hun blikveld bezig zijn.

 

via @meesterhenkvink

via @meesterhenkvink 2016
Let op de voeten : eerst een hink(sprong): Je landt op dezelfde voet als waarmee je afzet.
Dan een stap: Je landt op de andere voet
en vervolgens de sprong. Je landt met beide voeten tegelijk'
@mhv
waarom is de marathon 42,195 km ?
Moeder van 2 kinderen EN goud in 1948 !

via @meesterhenkvink
via @meesterhenkvink
Ze werd binnen de atletiekwereld op slag beroemd door een gouden medaille te winnen op de Olympische Spelen van 1992.

via @meesterhenkvink