Voor deze website is het gebruik van cookies vereist, klik hier voor meer informatie. later opnieuw tonen ik ga akkoord met cookies
 
  • meester Henk - SPORTEN
    Bezoekers:
  • DE RACE van 2015 !!
  • Atleten in (slowmotion) beeld - leuk filmpje
  • Atleten in (slowmotion) beeld - prachtige film
  • Wist je dat ....
    • Een wedstrijdbaan 400 meter lang is

    • Er tegen de klok in wordt gelopen (linksom dus)

    • Dit ook met schaatsen, baanwielrennen, baanautoraces het geval is

    • Het middenterrein ook gebruikt wordt

    • Hier de werpnummers worden gedaan

    • Dat speerwerpen, kogelslingeren/stoten en discuswerpen zijn

    • De toeschouwers en andere atleten beschermd moeten worden

    • Het niet zo leuk is, wanneer je aan het rennen bent er in één keer ….

    • Er daarom zg. werpkooien zijn

    • Ook (polsstok)hoogspringen, verspringen, hink-stap-springen worden op het middenterrein gedaan

    • Er verschillende loopnummers zijn

    • Zo varieert de afstand (100m t/m 10km en marathon)

    • Maar ook hordenloop (over hekjes springen) en steeplechase(over verschillende hindernissen)

     

    @meesterhenkvink


     

  • De speerwerper

    De speerwerper moet een vloeiende versnelling ontwikkelen met een snel laatste deel van de aanloop. De werparm moet snel en soepel zijn met een bijzonder buigzame elleboog, terwijl superprecisie nodig is voor het wegwerpen vanuit de juiste hoek. Dit moet allemaal gerealiseerd worden zonder te vergeten de aanzienlijke kracht die nodig is vanuit de rug, de benen en de armen gedurende de hele beweging.

     

    @meesterhenkvink

  • De discuswerper

    De discuswerper moet de stoere vaardigheden van de kogelstoter aanvullen met een grote reikwijdte, draaisnelheid en gevoel voor ritme. Succes wordt bereikt door het voordeel van de centrifugale krachten die tot stand komen door te draaien binnen een betonnen cirkel van 2,50m doorsnee voor de uiteindelijke energieke lancering. Het lichaam draagt bij tot de actie. 

     

    @meesterhenkvink

  • discuswerpen techniek
  • Kogelstoten

    Kogelstoters staan in hun uitgangspositie met hun rug naar de werprichting. Ze maken een aanglijbeweging binnen de cirkel of gebruiken (steeds vaker) een draaitechniek om vervolgens de kogel vanuit hun nek weg te stoten. De sterkste stoters weten de ruim 7,25kg wegende kogel over een afstand van 23 meter te stoten.


    via @meesterhenkvink

  • kogelstoten : de draaitechniek
  • De kogelslingeraar / kogelslingeren

    De kogelslingeraar draait minstens twee maal met zijn kogel door de ring voordat het projectiel, een ijzeren kogel aan een staaldraad, wordt gelanceerd.

     

    De kracht en geweld van dit nummer maken dit onderdeel tot een spectaculaire gebeurtenis. Toch wordt het onderdeel vaak vóór alle andere onderwerpen gepland om ongelukken te voorkomen.


    via @meesterhenkvink

  • Lijkt me nog niet gemakkelijk !
  • meer(7)kamp bij de vrouwen

    Op de eerste dag staan op het programma: 100m horden, hoogspringen, kogelstoten en de 200m.

     

    De tweede dag bestaat uit: verspringen, speerwerpen en een 800m.

     

    Hoe beter je prestaties zijn, hoe meer punten je krijgt.


    via @meesterhenkvink

     

  • Anouk Vetter (meerkamp)
  • Nadine Broersen (meerkamp)
  • Meer(10)kamp bij mannen

    Voor de mannen bestaat de meerkamp uit (niet minder dan) tien onderdelen die in twee opeenvolgende dagen moeten worden afgewerkt.


    De eerste dag moeten ze 100m hardlopen, verspringen, kogelstoten, hoogspringen en 400m hardlopen.

     

    De tweede dag bestaat uit 110m hordenloop, discuswerpen, polsstokhoogspringen, speerwerpen en 1500m hardlopen.


    Voor elk onderdeel kunnen punten worden behaald. Hoe beter je prestatie, hoe meer punten je krijgt. Wie het hoogste aantal punten behaalt, is winnaar.


    via @meesterhenkvink

  • Eelco Sintnicolaas (10-kamp)
  • Pieter Braun (meerkamp)
  • Marije Smits (verspringen)
  • Iris Pruysen (verspringen)
  • Oscar Pistorius (blade runner)
  • Marlou van Rhijn (hardlopen)
  • Ronald Hertog (speerwerpen)
  • Kenny van Weeghel (atletiek)
  • 100 meter sprint

    De 100m is het domein van absolute snelheid. Atleten met verschillende lichaamsbouw kunnen goed presteren op deze afstand. Snel zijn betekent in staat zijn om direct vanuit de hersenen opdrachten door te geven die nodig zijn voor spiersamentrekking. De 100m vereist buitengewone reflexen bij de start en grote explosieve kracht. In de eerste passen moeten de sprinters volmaakte controle over hun bewegingen en hun evenwicht, waarbij ze een zekere ontspanning houden. Dan moeten ze hun versnellend vermogen gebruiken om topsnelheid te bereiken. Omdat het moeilijk is topsnelheid langer dan 6 of 7 seconden vast te houden, hebben sprinters sterke spieren nodig en een ontspannen ogende techniek. De juiste verhouding tussen frequentie en paslengte is de sleutel tot de sprinttechniek. De 100m kan worden verdeeld in de elementaire delen start, de versnelling en finish. De juiste combinatie zorgt voor het beste resultaat.

     

    via @meesterhenkvink

  • Usain Bolt, de sprint specialist
  • Dafne Schippers met nieuw Nederlands record 100m
  • De 200m

    De 200m specialist moet de basissnelheid van de 100m sprinter combineren met een looptechniek die hem in staat stelt centrifugale krachten te beheersen in de bocht.

     

    De 200m tilt snelheid boven zichzelf uit. Goede indeling van de race en effectieve bochtentechniek vormen de sleutel tot deze sprintafstand. Atleten moeten niet te langzaam starten, maar als ze te scheutig zijn met energie zullen ze niet de hele afstand volhouden zonder te verzwakken. Kracht neemt het over van snelheid als de sprinter uit de bocht komt en de pijn begint te voelen. De start is hier iets minder belangrijk dan op de 100m.

     

    @meesterhenkvink

  • Churandy Martina (sprinter: 100m, 200m en 4x100m estafette)
  • Hensley Paulina (4x100m estafette)
  • Solomon Bockarie (4x100m estafette)
  • Wouter Brus (4x100m estafette)
  • Patrick van Luijk (4x100m estafette)
  • Dafne Schippers (sprint 100m, 200m en estafette)
  • Jamile Samuel (100m sprint en 4x100m estafette)
  • Tessa van Schagen (200m ; 4x100m estafette)
  • Naomi Sedney (4x100 meter estafette)
  • Kadene Vassell (4x100m estafette)
  • De 400 meter

    De zwaarste sprintafstand, kan beschouwd worden als kort in tijd en lang in afstand. De 400m loper moet een sprinter met lef zijn. Wilskracht strijdt tegen de pijn als de spieren alsmaar zwaarder worden aan het eind van een race.

     

    Alleen in zijn baan, moet de atleet snel starten, op negentig procent van zijn kunnen en zijn tempo zo onder controle houden dat hij niet tegen een muur loopt. Na 30 tot 35 seconden snel lopen doen fysiologische effecten - zuurstofschuld, meer melkzuur in de spieren - hun intrede. Het hele lichaam lijdt pijn. De 400m is een scholing in durf waarbij je kunt leren om jezelf te overtreffen.


    via @meesterhenkvink

  • Liemarvin Bonevacia (400m en 4x 100m estafette)
  • Sifan Hasan (800m, 1500m en 5000m)
  • Maureen Koster (1500m en 5000m)
  • Susan Kuijken (1500m, 5000m en 10.000m))
  • Jip Vastenburg (10.000m)
  • Hordelopers

    Hordesprinters moeten beschikken over eigenschappen van snelheidsspecialisten - reflexen, explosiviteit en kracht. Hierbij moeten ze de juiste fysiek hebben - hordelopers moeten lang zijn, of moeten relatief lange benen hebben - en ze moeten de hordetechniek beheersen.

     

    Het is een kwestie van vloeiend over de 10 hordes te gaan - 1,067m hoog voor mannen (precies 3 ½ voet) en 0,84m voor vrouwen - zonder het pasritme te verstoren. Hordelopers moeten altijd zoeken naar een vloeiende overgang van de agressie bij de start, naar de ritmische snelheid tussen de hordes, en de hordenpassage. Dit nummer is zowel een sprintnummer als een technisch nummer. 

     

    via @meesterhenkvink

  • Nadine Visser (100m horden en zevenkamp)
  • Sharona Bakker (100m horden)
  • Rosina Hodde (100m horden)
  • De steeplechase(r)

     

    Alle grote steeplechasers delen bepaalde kwaliteiten met atleten die zowel kortere of langere afstanden lopen : kracht en uithoudingsvermogen, ondersteund door goede training. Maar hier moeten bovendien 28 hindernissen worden genomen. Dus moeten de specialisten beschikken over een goede hordetechniek, maar ook een zekere souplesse en spierkracht om schijnbaar moeiteloze hordepassages mogelijk te maken. De hordes en de waterbak moeten worden overmeesterd in plaats van dat zij meester over de loper zijn.

     

    via @meesterhenkvink

     

  • steeple chase (over de balk)
  • steeple chase (over de waterbak)
  • Snelwandelen

    Het snelwandelen onderscheidt zich op twee punten van het hardlopen:

    a) een snelwandelaar moet contact met de grond houden, met andere woorden: er mag geen (zichtbaar) contactverlies optreden en er moet dus minimaal steeds één voet aan de grond zijn;

     

    b) het voorste been moet gestrekt zijn (dus niet gebogen in de knie) vanaf het moment dat het contact maakt met de grond tot het moment dat het been zich recht onder het lichaam bevindt.

    via @meesterhenkvink

  • Speciale juryleden bij het snelwandelen

    Speciale snelwandeljuryleden controleren of de snelwandelaars correct blijven snelwandelen. Als een jurylid vindt dat een snelwandelaar de regels dreigt te overtreden, dan laat het jurylid de snelwandelaar een geel bordje zien. Op dat gele bordje staat de overtreding (verlies bodemcontact of gebogen knie) met een symbool aangegeven. Als een jurylid vindt dat een snelwandelaar de regels overtreedt, dan schrijft het jurylid een rode kaart uit. Deze rode kaart wordt doorgegeven aan de chef van de snelwandeljury. De rode kaarten worden aangetekend op het diskwalificatiebord, dat langs het parcours staat. Hierdoor kunnen de snelwandelaars elke ronde zien hoeveel rode kaarten zij ontvangen hebben. Als de chef voor een deelnemer drie rode kaarten van drie verschillende juryleden heeft ontvangen, dan moet hij die deelnemer diskwalificeren.

    via @meesterhenkvink

 
Add to Yurls